Categorieën
Blog

Hoogspringen zonder na te denken, wat bedoel ik daarmee?

In de evaluatie van 2018 die ik vorige week schreef, kwam naar voren dat een belangrijke ontdekking voor mij het verschil tussen bewust en onbewust springen was.

Toen ik vlak voor het EK meer ‘zonder na te denken’ ging springen, werden mijn sprongen stabieler en sprong ik de beste wedstrijden van het seizoen.

Eén van de belangrijkste uitdagingen voor mij in de komende maanden, waarin ik me voorbereid op het volgende seizoen en dus kan werken aan dingen die nog niet zo goed gaan, is dan ook om beter te worden in dit ‘springen zonder nadenken’.

Op LinkedIn kreeg ik deze vraag (bedankt Ineke! ;-)): “wáar zou je dan over na moeten denken dat zo belangrijk is dat je dat nou net tijdens het hoogspringen moet doen?”

Een vraag waar ik een beetje om moest gniffelen, maar die goed aangeeft hoe makkelijk het is om in jargon te spreken, zonder uit te leggen wat je nou precies bedoelt.

Vandaar dit blog waarin ik duidelijk zal proberen te maken wat ik bedoel met ‘springen zonder nadenken’.

VERGELIJK HET MET TYPEN; EEN SIMPELE BEWEGING
Hoogspringen is een technisch moeilijke beweging. Om één en ander te verduidelijk, zal ik deze moeilijke beweging vergelijken met een relatief simpele beweging, zoals het typen op een toetsenbord.

Jullie kunnen allemaal in meer of mindere mate typen. Met twee of tien vingers, of een aantal daar tussenin. Supersnel, of misschien iets minder snel.

Typen is een relatief makkelijke beweging, die met wat oefening goed aan te leren is.

Ik, en een aantal van jullie vast ook, heb een typcursus gedaan waarin je blind met tien vingers leert typen.

Ik denk dat iedereen die kan typen het volgende gevoel wel kent: aan het begin typ je letterlijk letter voor letter. Je moet op zoek naar elke letter en soms moet je echt even denken, waar zit de ‘z’ ook alweer?

Naarmate je meer typt, merk je dat het steeds meer vanzelf gaat en dat je de letters makkelijker begint te vinden.

Op een gegeven moment, zeker voor de mensen die blind kunnen typen, hoef je helemaal niet meer na te denken over welke vinger je waar zet.

Je denkt alleen maar aan de zin die je op het beeldscherm wilt, en je vingers volgen je gedachten, vinden de letters en voilà, de zin verschijnt op het beeldscherm.

Het typen van een zin bestaat uit verschillende aanslagen (details), de letters op het toetsenbord. Je kunt deze letters één voor zeer langzaam aanslaan, met tussen elke aanslag een moment om de volgende letter te zoeken, of heel snel, zonder erover na te hoeven denken.
Het hoogspringen is een zeer complexe beweging. Er zijn ontzettend veel details, die allemaal goed moeten gaan voordat er een goede sprong uitkomt.
HOOGSPRINGEN; EEN COMPLEXE BEWEGING
Bij hoogspringen ligt dit ingewikkelder. Het hoogspringen is een zeer complexe beweging. Er zijn ontzettend veel details, die allemaal goed moeten gaan voordat er een goede sprong uitkomt.

Zoveel details, dat als je voorafgaand aan een sprong elk van deze details kort bij langs zou willen gaan, de officiële tijd die je hebt voor een sprong in de wedstrijd (30 seconden) al voorbij is.

Veel van deze details moeten ook zo snel uitgevoerd worden, dat zou je alle details één voor één uit zou willen voeren, je in slowmotion aan zou moeten komen lopen.

Het is niet zoals bij het typen, dat je de details één voor één bij langs kunt gaan en er dan het gewenste resultaat volgt.

Kortom, de hoogspringbeweging is zo complex, dat deze niet opgesplitst kan worden in een volgorde van kleine details die, als je deze maar in de juiste volgorde uitvoert, tot een mooie sprong leiden.

Door deze complexiteit, is ook de manier van aansturen anders. Hoogspringen lukt niet als je bewust nadenkt over alle details die moeten kloppen. De uitvoering van deze details moet automatisch gaan. Meer zoals bij blind typen dus.
Om beter te worden in hoogspringen (of typen), moet je zorgen dat deze automatische beweging beter wordt.
BEWUST BETER WORDEN
Om beter te worden in hoogspringen (of typen), moet je zorgen dat deze automatische beweging beter wordt.

Stel je hebt altijd moeite met de ‘y’ op het toetsenbord. Elke keer als deze letter voorbij komt in een zin, moet je even naar het toetsenbord kijken, waardoor je typsnelheid omlaag gaat.

Om in zijn geheel sneller te typen, moet je vooral leren om de ‘y’ sneller te typen.

Om dit voor elkaar te krijgen kun je dan bijvoorbeeld de beweging om de ‘y’ te typen heel vaak geïsoleerd oefenen, of een tekst typen waar veel ‘y’s’ in voorkomen.

Het verbeteren van de hoogspringbeweging is vergelijkbaar. Het kan het bij het hoogspringen zijn dat de matige uitvoering van een bepaald deel van de hoogspringbeweging je ervan weerhoudt hoger te springen.

Je kunt dan dit detail uitlichten in de training met een bepaalde oefening om ervoor te zorgen dat dit detail in de automatische uitvoering beter wordt.

Een andere manier om invloed uit te oefenen op de automatische beweging, en nu komen we in het gedeelte waar ik moeite mee heb, is om vlak voor je de beweging gaat doen even te denken aan het detail dat je niet goed doet en hoe je dit detail wel zou willen doen.

Door vlak voor dat je gaat typen even te denken aan waar die ‘y’ ook alweer zit en hoe je die zou willen typen als deze voorbij komt, zal je in het automatische typen de ‘y’ makkelijker goed doen.

Zo kun je als hoogspringer vlak voor je sprong even kort denken aan het detail dat je goed wilt doen, zodat dit vers in je geheugen staat. Hierdoor wordt de kans dat je dit detail goed uitvoert in de automatische beweging groter.

DE VOLGENDE STAP; ZONDER NADENKEN
Hierbij is het belangrijk, en nu komt het probleem, om voordat je gaat beginnen met het uitvoeren van de hele automatische beweging, niet meer aan dit detail te denken.

Zodra je de hele tijd bezig bent met vooral het juist typen van de ‘y’, zal de snelheid van het typen van de andere letters waarschijnlijk achteruit gaan.

Je wilt dus tijdens het typen niet meer aan de ‘y’ denken.

Maar ja, je bent de hele tijd bezig geweest om die ‘y’ sneller te typen, dus je wilt nu ook wel dat dit zich uitbetaald.

Het zou toch zonde zijn als na al die oefening het typen van die ‘y’ nog niet sneller gaat.
Dan sta je aan de de start van de wedstrijd en moet je eigenlijk niet meer nadenken over dat detail.
HET PROBLEEM
Dit is voor mij het lastige van het ‘springen zonder nadenken’. Ik train maanden om een bepaald detail beter te maken.

Dan sta je aan de de start van de wedstrijd en moet je eigenlijk niet meer nadenken over dat detail.
Maar ja. Dat detail gaat er wel voor zorgen dat je hoger springt. Dus het zou wel fijn zijn als dat goed lukt.

Dus denk je toch na over dat detail tijdens het springen, omdat je het zo graag goed wilt doen.

En daardoor gaan alle andere details net iets minder goed, waardoor de totale sprong slechter is dan als je niet op dat detail gefocust had.

Precies het tegenovergestelde van wat je wilde bereiken door te focussen op dit detail. Onhandig!

De oplossing ligt in het springen zonder na te denken over deze details, zodat de automatismen die je getraind hebt hun werk doen.

Het moeilijke hieraan voor mij, is dat ik graag controle heb en het gevoel heb dat zolang ik maar bewust over dingen nadenk, ik meer controle heb en de beweging beter uitvoer.

Het omgekeerde blijkt dus waar, maar iets wat zo in mijn systeem ingebed zit te veranderen kost tijd.

Gelukkig zitten we midden in de wintertrainingen en heb ik de komende weken dus tijd zat om hier mee aan de slag te gaan!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *