Categorieën
Wedstrijd

Gemiste kans in FBK-games: “Het was een vreemde uitslag”

Waar Douwe hoopte in Hengelo in een sterk deelnemersveld veel punten te scoren, eindigde de hoogspringwedstrijd licht teleurstellend. De zevende plaats met een hoogte van 2,20 meter was niet genoeg voor een ranglijstverbetering.

In een bewolkt, maar droog Fanny Blankers-Koen-stadion in Hengelo begon Douwe op een aanvangshoogte van 2,15 meter. Hier ging hij soepel overheen, terwijl zijn concurrenten moeizaam begonnen aan de wedstrijd. Slechts vier van de elf springers kwam in één keer over de aanvangshoogte.

Daarna zakte het niveau van de wedstrijd verder weg. In een derde en laatste poging wist Douwe, als zevende persoon, over 2,20 meter te springen. Vervolgens liet de Fries ook drie foutsprongen noteren op 2,24 meter, waarna zijn wedstrijd ten einde was. Opvallend was dat, op winnaar Nedasekau na, alle overgebleven springers op die hoogte van 2,24 meter stuitten.

Daardoor won de Europees indoorkampioen met een sprong over 2,24 meter de FBK-games waarin Douwe uiteindelijk als zevende eindigde. Hoewel Douwe hiermee zijn beste prestatie ooit in Hengelo neerzette, was hij vooral teleurgesteld dat de goede vorm van de laatste weken geen vervolg heeft gekregen in zijn thuisland.

Steeds complexer

Toch is de vorm nog steeds goed, weet Douwe zelf. “Ik ben gewoon heel goed in vorm en de derde sprong op 2,20 meter was ook heel ruim. Het zit er allemaal in. Ik moet nu alleen mezelf in staat stellen om het er ook uit te laten komen. Dat is nu de uitdaging. Ik denk dat het kan lukken, dat het gaat lukken.”

Ook verbaasde hij zich over het algehele niveau van de wedstrijd. “Het is gek dat iedereen vandaag een beetje slecht sprong. Je zag eigenlijk dat het allemaal springers zijn die 2,30 meter of hoger kunnen springen en ze doen het allemaal niet. Dat is wel vreemd want de Europese kampioen indoor wint met 2,24 meter maar voor het niveau van de mensen die in de wedstrijd stonden was het een beetje een vreemde uitslag.”

“Voor mij persoonlijk merk ik dat ik het eigenlijk steeds complexer maak naarmate de wedstrijd vordert bij het springen”, vervolgt Douwe zijn analyse. “Terwijl je dat eigenlijk andersom zou willen, dat je bij het inspringen nog aan een aantal dingen denkt en dan moet het steeds makkelijker worden”

In de laatste drie weken voor de Olympische kwalificatie limiet zal Douwe nu flink aan de bak moeten om Tokyo te halen. De weg om het via de wereldranglijst te halen wordt steeds ingewikkelder waardoor hij weet dat 2,33 meter springen (de rechtstreekse limiet) weleens de beste optie zou kunnen worden. “Dus ik weet wat me te doen staat, en ik heb nog een paar weken om dat te gaan doen.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *